SVON Magazine

Anderhalf jaar geleden begon de SVON een eigen magazine. Ondertussen leggen we de hand aan editie nummer 6 die eind deze maand verschijnt.
We willen een artikel met u delen welke in ons eerste nummer stond. Een mooi stuk over de BIDKL(Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht)

Uiteraard kunt u abonnee worden en het SVON Magazine 4x per jaar thuis ontvangen. Dit voor slechts €5,00 per jaar.

Berging en identificatie: een belangrijke baan
De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) bestaat sinds 1945 en is verantwoordelijk voor het opsporen, bergen en identificeren van slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Het gaat zowel om militairen als burgers. De dienst wil oorlogsslachtoffers een naam geven en hun families informeren. Ze oordeelt niet over ‘goed’ of ‘fout’.
Laboratorium
Voor het onderzoeken van stoffelijke resten beschikt de BIDKL over een modern laboratorium op Kamp Soesterberg. Daar werken vier identificatiespecialisten. Zij combineren archeologie, antropologie en militaire geschiedenis.
Erkend kenniscentrum
De BIDKL was in 2007 medeoprichter van de Werkgroep Vermiste Personen Tweede Wereldoorlog. Deze werkgroep roept nabestaanden op DNA af te staan. Dat wordt vergeleken met DNA-profielen van onbekende oorlogsslachtoffers uit naamloze graven. Het levert regelmatig identificaties op.
De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht maakt als internationaal erkend kenniscentrum deel uit van een wereldwijd netwerk. Ze adviseert over opsporing, berging en identificatie van vermisten op voormalige slagvelden en uit vliegtuigwrakken.
 
In gesprek met kapitein Geert Jonker, hoofd Bergings- en Identificatie Dienst, waar hij sinds 1989 aan verbonden is. Als commandant heeft hij hoofdzakelijk een beleidsmakende taak. Zijn specialisatie zijn slachtoffers uit het Verenigd Koninkrijk en het Britse Gemenebest.
 
Hoeveel personen zijn er werkzaam bij het BIDKL?
De dienst bestaat uit vier Identificatiespecialisten (kapitein, eerste luitenant, adjudant en een sergeant-majoor) en een korporaal der eerste klasse voor bedrijfsvoering en beheer. De dienst is sinds januari 1945 namens de overheid verantwoordelijk voor de opsporing, berging en identificatie van vermiste civiele en militaire oorlogsslachtoffers en bestaat in 2020 dus 75 jaar. Het werk dat we uitvoeren is een zogenaamde Koninkrijkstaak die voortkomt uit de verdragen van Genève.


Wanneer komt de BIDKL in actie?
De BIDKL werkt zowel proactief als reactief. Dat betekent dat wij reageren op meldingen van vondsten (stoffelijke resten in combinatie met militaire uitrusting of op specifiek militaire vindplaatsen) door bijvoorbeeld bouwbedrijven, boeren, explosievenopsporingsbedrijven en metaaldetectorhobbyisten, maar ook zelf zoekacties uitvoeren op basis van ooggetuigen, verklaringen, rapporten etcetera. Daarnaast openen wij naamloze oorlogsgraven op begraafplaatsen om de identiteit van het slachtoffer te achterhalen, bijvoorbeeld bij ons project “De Honderd van Loenen” op het Nationaal Ereveld Loenen. Tenslotte doen wij desk-top research naar naamloze oorlogsgraven waarvan wij de stoffelijke resten niet mogen opgraven, zoals van het Verenigd Koninkrijk en het Britse Gemenebest.


Hoe identificeert de BIDKL een persoon?
Dat is lastig in een notendop uit te leggen. In de basis werken wij met drie soorten profielen: het biologisch profiel, het medisch profiel en het historisch profiel. Het biologisch profiel is het verhaal dat de stoffelijke resten ons vertellen over het leven van het slachtoffer: Lengte, leeftijd, gebitsstatus, ziektebeelden, groeistoornissen, soorten bottrauma, doodsoorzaak. Het medisch profiel omvat bijvoorbeeld een tandartskaart, een DNA-profiel, een keuringsrapport van de dag van opkomst, of een ziekenhuisstaat. Het historisch profiel omvat de oorlogsgeschiedenis van het slachtoffer en de plaats van aantreffen. Wanneer die drie profielen met elkaar overeenkomen spreken we van een identificatie. Als primair bewijs geldt DNA en gebit. Al het andere (bijvoorbeeld aangetroffen persoonlijke bezittingen, uitrusting, ooggetuigenverklaringen, herkenningsplaatjes etcetera) is secundair bewijs.


Hoe vaak worden er per jaar slachtoffers aan nabestaanden verbonden?
Dat is niet te zeggen. Gemiddeld werkt de BIDKL aan 30-40 dossiers tegelijkertijd. Vanwege het project op het Ereveld Loenen zijn dat er momenteel meer. Ieder jaar gaan er dossiers uit voor herbegrafenis en komen er nieuwe dossiers binnen. Vanwege het Nationaal Bergingsprogramma Vliegtuigwrakken van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal het aantal in de aankomende jaren verder toenemen.


Heeft de oprichting van de Werkgroep Vermiste Personen dit aantal verhoogd?
Nee, althans slechts incidenteel. De Werkgroep Vermiste Personen WO2 staat volledig los van de rijkstaken van de BIDKL. Waar nodig faciliteert de BIDKL identificatieonderzoeken die de werkgroep onder haar aandacht brengt. De taak van de werkgroep is om te inventariseren wie er nog altijd vermist zijn (burgers) en wat er in de diverse archieven over hen terug te vinden is. Dossiervorming dus.


Er zijn nog veel vermisten, blijft het werk mogelijk als er straks bijna of geen directe nabestaanden meer zijn?
Dat is vooral een morele kwestie. Het Ministerie huldigt het standpunt dat het werk van de BIDKL draait om zorgplicht en ereschuld. Ook wanneer er straks niemand meer in leven is die de slachtoffers nog heeft gekend, blijft het universele recht bestaan op een gedegen identificatiepoging teneinde iemand een genaamde grafsteen te geven, en daarmee zijn of haar identiteit terug te geven. In praktische zin is het mogelijk om tot vijf generaties terug DNA-onderzoek te doen, daarnaast staat DNA-verwantschapsonderzoek nog maar in de kinderschoenen. Daar lijkt voor de toekomst dus weinig aan de hand.


Hoe dankbaar is het werk?
Dat is vast wel voor te stellen. Veelal wordt gesteld dat de Tweede Wereldoorlog ver achter ons ligt. Wij zien in ons werk echter het tegendeel. Er zijn nog heel veel families waarop verdwijningen uit de Tweede Wereldoorlog nog altijd grote impact hebben. Onopgeloste familieraadsels. Daarin een doorslaggevende rol mogen spelen is niet alleen buitengewoon dankbaar, je groeit er ook van als mens. Het is mooi om werk te doen waarbij je in maatschappelijke zin het verschil kunt maken.